Voedselspeculatie

januari 24, 2012 § 1 reactie

Beste Pensioenbeheerder,

U bent onlangs harteloos beschuldigd van het bijdragen aan honger in de wereld, door het speculeren in voedsel. Begrijpelijk heeft u deze deze beschuldiging van de hand gewezen.

Al wat u heeft gedaan is het aankopen van enkele tarwe-tegoedbonnen. Met goede redenen. Fondsen zijn onvoldoende gedekt en op zoek naar meer rendement. In financieel onzekere tijden, zijn grondstoffen een veilige haven. Goud en zilver, maar nu ook tarwe en graan. De werknemers verwachten zo meteen immers het pensioen waar ze recht op hebben, daarom doet u wat u denkt dat financieel verantwoord beleid is.
Een andere vraag is het of het ethisch verantwoord beleid is. Bij die vraag is het wel of niet bestaande verband tussen voedselspeculatie en honger essentieel. Als dit verband onduidelijk is (zoals enkele banken, de Nederlandse regering en wellicht uzelf beweert) is er geen ethisch probleem. Iedereen blij.

De vrije markt kent veel fabeltjes, waar ik mij niet helemaal in kan vinden. De werking van vraag en aanbod is echter vrij vanzelfsprekend en onaanvechtbaar: hoe meer vraag, hoe hoger de prijs wordt door de schaarste die ontstaat. Als u gaat bieden op voedsel werpt u zichzelf nu eenmaal als vrager op. Het spijt mij dan ook, dat ik u niet kan geruststellen. Ik zou het verhaal graag mooier maken dan het is voor u, maar de relatie tussen speculatie en honger is te evident. Dat duurder voedsel tot honger kan leiden behoeft, zo hoop ik even, geen uitleg.
Uiteraard is het eigenlijk veel gecompliceerder: U bent geen speculant, maar een lange termijn belegger; de bank belegt niet zelf, ze faciliteert enkel. En oh ja, je kunt ook op een prijsdaling gokken. De internet- en hypotheekbubbel laten volgens mij zien dat een grote toestroom van geld in eerste instantie toch vooral een grote prijsstijging teweegbrengt, zoals nu ook met voedsel gebeurd.

Hoeveel extra factoren je ook toevoegt om het financiële reilen en zeilen gecompliceerd te laten lijken (verrek, hebben we dat onlangs niet eerder gezien), het neemt niet weg dat u als vrager de prijs verhoogt en bijdraagt aan honger in de wereld. Stiekem is het eigenlijk helemaal niet gecompliceerd. U mag het direct of indirecte gevolgen noemen, maar honger blijft, zo beeld ik mij in, een even vervelend gevoel. Het is ver weg en voor u misschien niet meer dan een handtekening, maar de simpele kern dat het niet te verantwoorden en onethisch tot op bot is blijft overeind. De natuurlijke reactie is om het goed te praten, de menselijke reactie is om het uit te bannen.

Een hartevolle groet,

Guido Bik

Ps. Bij deze Open Brief hoort bijlage 1, ter wetenschappelijk onderbouwing van de oppervlakkige argumenten.

Advertenties

Getagd: , , , , , , ,

§ Een Reactie op Voedselspeculatie

  • guidobik schreef:

    Voedselspeculatie – Bijlage 1.
    ________________________

    Een reactie uit het pensioenveld was dat mijn Open Brief niet wetenschappelijk onderbouwd was en onder meningen en niet onder argumenten valt. Nu is uit de toon van de brief duidelijk dat deze niet wetenschappelijk bedoeld is, echter, ik heb deze wel geschreven met de overtuiging dat de argumentatie ook na een nader onderzoek overeind zou blijven.
    Daarom heb ik pensioenfonds ABP als testcase genomen, omdat zij als gigantisch fonds en ambtenaarlijke tak een grote verantwoordelijk draagt en ik er zelf ook een mini-pensioen heb staan. In deze bijlage vindt u de resultaten. De voorlopige conclusie is dat ook voedsel derivaten waar ABP in belegd prijsopdrijvend lijkt te zijn. Pensioenfonds ABP zelf ontkent in een eerder persbericht dat de afgeleide producten (derivaten) waar zij in beleggen niet bijdragen aan een stijging in de grondstofprijs en dat dit blijkt uit ruim beschikbaar wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek is echter zo ruim beschikbaar dat ik deze online niet heb kunnen vinden en dat ABP dit onderzoek niet beschikbaar stelt. ABP is gevraagd om een reactie en om de wetenschappelijke bronnen te verschaffen.

    1. Basisargument in mijn Open Brief:
    De grote toestroom van geld, een grotere vraag, zal de voedselprijzen doen stijgen. Dit is met een eerste levensbehoefte als voedsel onethisch.

    2. Omliggende omstandigheden zijn niet geheel irrelevant, zoals ik in mijn Open Brief wel suggereer. Zo blijkt uit het onderzoek van SOMO dat de mate van speculatie die ontregelend is en die nodig en gezond is, moeilijk is vast te stellen. Maar het onderzoek laat wel zien dat de verhouding hedgen (prijszekerheid voor boeren)/speculatie van 88/12% naar 39/61% omgeslagen is (SOMO, 22). Mijn stelling is, dat als er zoveel speculatief geld in de voedselmarkt is, dat dit een prijsopdrijvend of volatiel resultaat heeft, dit onethisch is. De vraag is dan: heeft deze grote toename in speculatief geld in de voedselmarkt een prijsopdrijvend effect? Met betrekking tot het direct speculeren in futures contracten lijkt me dit nog steeds vanzelfsprekend. Futures contracten betreft een bewijs van bezit op voedsel dat nog geoogst wordt. Een boer heeft met zo een contract de zekerheid dat hij zijn oogst voor kan afzetten (hedgen), wat een goede zaak is. Elke maal dat zo een contract doorverkocht wordt en hoe groter de vraag hiernaar is, zal de prijs van het contract en daarom het voedsel doen opdrijven. Dit lijkt me nog steeds vanzelfsprekend en daarom had ik de brief beter aan directe speculanten kunnen richten. Deze conclusie zal waarschijnlijk ook in dit United States Senate rapport getrokken worden, voor hij of zij die twijfelt, maar ik heb geen zin om dat nu na te zoeken. ABP belegt immers niet in futures contracten.

    3. Het ABP heeft echter als beleid dat ze alleen in voedselderivaten (zogenaamde grondstofindexen) beleggen en meent zelf dat deze producten geen of nauwelijks invloed hebben op de prijs van grondstoffen zelf (ABP, p. 2). Als dit juist is valt ABP weinig te verwijten. Ze menen dat dit door veel wetenschappelijke literatuur wordt ondersteund. Een zwaktebod in hun verklaring is dat ze niet noemen welke literatuur dit is. Ze noemen één onderzoek: die door Profundo in samenwerking met het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) Wageningen gedaan moet zijn; deze kan ik niet online terug vinden (ABP zal aangeschreven worden om deze literatuur alsnog te verschaffen).

    4. Wat wel beschikbaar is, is een onderzoek in opdracht van de Amerikaanse regering die de verklaring van ABP direct tegenspreekt. Het is aardig om te noteren dat het ABP zichzelf niet als speculatieve belegger ziet, maar het Amerikaanse onderzoek grondstofindexen wel als pure speculatie aanduidt: “Since they are not involved in selling or buying actual commodities, and do not use these instruments to hedge or offset price risks regarding the actual use of the underlying commodities, the purchasers of commodity index instruments are making a speculative investment.” (United States Senate, p. 5)

    Het Amerikaanse onderzoek heeft directe banden blootgelegd tussen de aankoop van grondstofindexen en de aankoop van futures contracten:
    “Speculators who buy index instruments do not themselves purchase futures contracts. But the financial institutions who sell them the index instruments typically do. In the case of commodity index swaps, for example, swap dealers typically purchase futures contracts for all commodities on which an index is based to offset their financial exposure from selling swaps linked to those futures contracts. CFTC data shows that, 7 over the past five years, financial institutions selling commodity index instruments have together purchased billions of dollars worth of futures contracts on the Chicago Mercantile Exchange.
    The Subcommittee investigation has found that the large number of wheat futures contracts purchased by swap dealers and other index traders is a prime reason for higher prices in the wheat futures market relative to the cash market.” (United States Senate, p. 6-7)
    De data in dit onderzoek toont dus aan dat dezelfde instelling die graan grondstofindexen verkoopt, ook meer daadwerkelijke graan futures contracten aankoopt om risico’s in te dekken. Dit is een voorbeeld in slechts de graanmarkt op enkel Amerikaanse beurzen. Maar het toont aan hoe er een logisch en daadwerkelijk direct verband is tussen de aankoop van indexen en futures contracten, die de contracten duurder maken. De conclusie die ze verder trekken is dat dat het aankopen van indexen op de graanmarkt een primaire reden is voor de hogere prijzen in de graan futures contracten en dus duurder graan. De stelling van ABP dat er geen of nauwelijks een verband is tussen grondstofindexen en de werkelijke prijs van grondstoffen wordt direct tegengesproken door dit rapport van de Amerikaanse Senaat. De stelling van ABP lijkt daarom ongegrond. Tenzij ze hard weten te maken dat dit verband, aangetroffen op bijvoorbeeld de Chicago Mercantile Exchange, niet van toepassing is op het specifieke product van ABP. Aangezien Chicago een grote voedselbeurs is, zal ABP waarschijnlijk ook op deze beurs actief en wacht hun een lastige taak. Of de betere morele taak, om bij twijfel, voorlopig in zijn geheel niet in voedselindexen te beleggen, noch grondstofindex-mandjes waar onder andere voedsel in onder is gebracht. Ook in het geval dat ABP op een andere beurs belegt, zou ABP moeten aantonen waarom er specifiek op die beurs, in dat product, geen verband is zoals hierboven aangetoond. Zelf zie ik hier geen aanleiding toe. Over het exacte product zal ik ABP ook om toelichting vragen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Wat is dit?

Je leest nu Voedselspeculatie voor Open Brief aan het Geweten.

Meta

%d bloggers liken dit: